De 100ste nieuwsbrief op LinkedIn. Dat mag gevierd worden met een extra inspirerend artikel…
Waarom wil je zo graag weten hoe?
Hoe begin ik een bedrijf? Hoe zorg ik ervoor dat ik mijn baan kan opzeggen? Hoe kom ik aan klanten? Hoe ontwikkel ik een product? Hoe zet ik mezelf op de kaart? Hoe word ik zichtbaarder? Hoe maak ik content?
Hoe dan?
We stellen de hele dag hoe-vragen. En daar is op zichzelf natuurlijk helemaal niets mis mee. Als ik wil weten hoe ik iets technisch op mijn website moet aanpassen, hoe een bepaald apparaat werkt of hoe ik ergens moet komen, dan is ‘hoe?’ een uitstekende vraag.
Maar er is ook een ander soort hoe-vraag.
De hoe-vraag die ontstaat wanneer je iets wilt veranderen of creëren wat buiten je huidige werkelijkheid ligt. Je wilt voor jezelf beginnen, een bedrijf bouwen, meer klanten, ander werk, zichtbaarder worden, een boek schrijven, iets nieuws creëren of eindelijk eens serieus werk maken van iets waar je al jaren mee rondloopt.
En je weet niet hoe.
Als je je een beetje beweegt in de wereld van persoonlijke ontwikkeling, spiritualiteit of coaching, heb je waarschijnlijk weleens gehoord dat je de hoe-vraag niet moet stellen.
Het wat is aan jou. Het hoe is aan het universum.
Ik snap wat ermee bedoeld wordt. Er zit voor mij ook zeker iets in. Maar als iemand werkelijk vastzit in de hoe-vraag, vind ik het ook een beetje een dooddoener. Want dan weet je nog steeds niet waarom je hoofd die vraag zo nodig beantwoord wil hebben.
En volgens mij wordt daar te makkelijk overheen gestapt.
Vanuit wie stel je de vraag?
Want vanuit welk perspectief kijk je eigenlijk wanneer je vraagt: hoe moet ik dit doen? Wie ben jij op dat moment?
Wanneer jij jezelf voornamelijk ziet als de fysieke persoon die je nu bent, je identificeert met je huidige denken en je huidige werkelijkheid, dan is het heel logisch dat je probeert uit te rekenen hoe je van hier naar daar komt.
Je kijkt dan naar jezelf vanuit alles wat je tot nu toe over jezelf hebt geleerd. Je opvoeding, ervaringen, successen en mislukkingen, overtuigingen, angsten, automatismen en conclusies die je onderweg hebt getrokken. Daar zitten ongetwijfeld ook allerlei dingen tussen waarvan je niet eens weet dat ze je beïnvloeden. Blinde vlekken. Overtuigingen die je niet als overtuiging herkent, omdat ze voor jou gewoon de werkelijkheid zijn geworden.
- Ik ben niet commercieel;
- Ik ben niet iemand die graag zichtbaar is;
- Daar zit toch niemand op te wachten;
- Daar kun je geen geld mee verdienen;
- Ik moet eerst meer ervaring hebben;
- Ik kan mijn baan toch niet zomaar opzeggen.
En vervolgens vraag je vanuit precies dat referentiekader:
Hoe kan ik het dan wél voor elkaar krijgen?
Daar zit voor mij het probleem met veel hoe-vragen. En dat zit niet in het woord ‘hoe’, maar in degene die de vraag stelt.
Je probeert iets nieuws te bedenken met wat je al kent
Ons denken is geweldig. Ik ben ook helemaal niet van mening dat we minder zouden moeten denken of dat ons hoofd een soort vervelend obstakel is dat we moeten zien kwijt te raken.
Maar het denken werkt uitsluitend met informatie die beschikbaar is.
Met wat je kent. Met wat je eerder hebt meegemaakt. Met wat je hebt geleerd. Met de verbanden die je kunt leggen vanuit je huidige perspectief.
En juist daar probeer je vervolgens een werkelijkheid mee te bedenken die nog niet bestaat.
Je vraagt als het ware aan degene die je nu denkt te zijn om precies uit te rekenen hoe je moet uitkomen bij iets wat je nog nooit hebt gedaan.
Terwijl je niet weet wie je onderweg ontmoet. Welke mogelijkheden zich aandienen. Wat je over jezelf ontdekt. Welke keuze ineens heel logisch wordt nadat je de eerste hebt gemaakt. Welke deur opengaat die je vanaf hier überhaupt nog niet kunt zien.
En ondertussen wil je hoofd het liefst vooraf de hele route hebben.
Want dan weet je tenminste dat het veilig is.
Dat is ook waarom ik geloof dat onder behoorlijk wat hoe-vragen eigenlijk een verlangen naar zekerheid zit.
Vertel me eerst maar hoe het gaat lukken. Dan durf ik misschien te bewegen.
Misschien weet je nog niet eens wat je wilt
Er speelt nog iets. Veel mensen zijn enorm druk met het hoe, terwijl het wat eigenlijk nog helemaal niet helder is.
- Hoe krijg ik meer klanten? Voor wat precies?
- Hoe word ik zichtbaarder? Waarmee wil je zichtbaar worden?
- Hoe bouw ik een succesvol bedrijf? Wat wil je eigenlijk bouwen en waarom?
- Hoe kan ik meer geld verdienen? Waarom wil je meer geld?
- Hoe kan ik mensen helpen? Waarmee dan? En waarom juist daarmee?
Dat klinkt misschien simpel, maar volgens mij wordt hier ontzettend vaak overheen gewalst. We willen een strategie voordat we helder hebben wat we eigenlijk aan het creëren zijn. En nog belangrijker: waarom.
Waarom wil je ondernemer zijn? Waarom wil je mensen begeleiden? Waarom raakt juist dit onderwerp jou? Waarom wil je dit product maken? Waarom wil je dat bedrijf bouwen? Waar komt die drive vandaan?
En dan heb ik het niet over zo’n mooi geformuleerde ‘why’ die je vervolgens op je website zet. Ik bedoel dat je zelf gaat begrijpen waar je drive vandaan komt.
Waarom wil je dit? Waarom houdt juist dit onderwerp je bezig? Waarom wil je hier iets mee in de wereld zetten?
Daar zit je kompas. En hoe beter je dat kompas leert kennen, hoe duidelijker ook wordt wat je eigenlijk te creëren hebt.
Eerst terug naar jezelf
Daarom geloof ik dat er vóór de hoe-vraag vaak iets anders nodig is. Een verschuiving. Wij noemen dat binnen onze school terug naar je oorsprong. Terug naar jezelf. Thuiskomen bij jezelf.
En daar bedoel ik niet mee dat je eerst tien jaar op een berg moet gaan mediteren om ergens je ware zelf tegen te komen.
Sterker nog, het idee dat je door je opvoeding en conditionering volledig iemand anders bent geworden en dat we vervolgens laag voor laag alles moeten afpellen totdat er eindelijk ergens onderaan een authentieke versie van jou tevoorschijn komt, kan je ongemerkt kleiner maken dan je vandaag werkelijk al bent.
Alsof jij al die jaren helemaal weg bent geweest.
Dat geloof ik niet.
Natuurlijk zijn we geconditioneerd. Natuurlijk passen we ons aan. Natuurlijk ontwikkelen we beschermingsmechanismen en leren we gedrag aan waarmee we proberen ergens bij te horen, liefde te krijgen, afwijzing te voorkomen of controle te houden.
Maar er is ook altijd iets van jou blijven leven.
Je kent jezelf namelijk ook in ontspanning.
Je kent jezelf wanneer je plezier hebt. Wanneer je hard moet lachen. Wanneer je met iets bezig bent waarin je volledig opgaat. Wanneer je speelt. Wanneer je even niet bezig bent met hoe je overkomt. Wanneer je iets zegt zonder het eerst drie keer in je hoofd te redigeren.
Die ongeremde jij. De ongecompliceerde jij. Die ongecompliceerde jij, die even niet zo druk bezig is met zichzelf en gewoon leeft.
En gek genoeg weten we vanuit die staat vaak veel beter wat we willen.
Zielsmissie
Je zou dat kunnen verbinden aan zoiets als je zielsmissie.
Alleen is zelfs dat woord inmiddels zo groot gemaakt dat mensen vervolgens dáár weer een hoe-vraag van maken.
Hoe ontdek ik mijn zielsmissie?
En voor je het weet heb je weer een nieuw project van jezelf gemaakt.
Alsof er ergens één grote kosmische opdracht op je ligt te wachten die je eerst moet ontcijferen voordat je eindelijk met je leven kunt beginnen.
Volgens mij is het veel subtieler.
Je zielsmissie zit misschien wel veel dichter bij wie je altijd al bent geweest dan bij iets wat je nog moet ontdekken.
In waar je blij van wordt. Waar je nieuwsgierig naar bent. Waar je niet over uitgepraat raakt. Wat je raakt. Waar je boos van wordt. Waar je hart sneller van gaat kloppen. Wat je vanzelf doet als niemand kijkt. Waar je humor zit. Je speelsheid. Je plezier. Je creativiteit. Je vrije beweging.
Daar zitten volgens mij ontzettend veel aanwijzingen.
We zoeken vaak naar wie we werkelijk zijn door te kijken naar onze trauma’s, blokkades en alles wat nog geheeld zou moeten worden. Terwijl je ook eens kunt kijken naar waar je blij van wordt, wat je vanzelf doet en wanneer je merkt dat je helemaal jezelf bent.
En misschien vergeten we dat laatste wel veel te vaak.
Dus dan hoef je nooit meer te vragen hoe?
Natuurlijk wel.
Ik vind het veel te makkelijk om te zeggen dat je alleen maar hoeft af te stemmen, je intentie het universum in moet slingeren en vervolgens rustig kunt wachten tot de route zich vanzelf ontvouwt.
Zo werkt het ook niet.
Als je een bedrijf begint, zul je dingen over ondernemen moeten leren. Als je een website wilt bouwen, moet je weten hoe je dat doet. Als je mensen wilt bereiken, zul je moeten communiceren. Als je een product verkoopt, hebben mensen te weten dat het bestaat.
- Soms moet je gewoon iets uitzoeken;
- Soms heb je iemand nodig die ergens meer verstand van heeft dan jij;\
- Soms moet je een plan maken;
- Soms moet je gewoon je handen uit je mouwen steken.
Het verschil zit voor mij vooral in wanneer je de hoe-vraag stelt.
Als je niet helder hebt waarom je beweegt, wat je werkelijk wilt en van waaruit je iets probeert te creëren, kan de hoe-vraag een eindeloze zoektocht worden naar een strategie die je zekerheid moet geven.
Maar wanneer het wat en het waarom veel helderder zijn, verandert diezelfde hoe-vraag.
Dan wordt hij praktisch.
Niet meer:
Hoe moet ik in godsnaam een succesvol bedrijf bouwen?
Maar:
Dit is wat ik wil bouwen. Hoe kan ik dit gedeelte het beste vormgeven?
Niet:
Hoe zorg ik ervoor dat mensen mij eindelijk zien?
Maar:
Dit is wat ik te vertellen heb. Welke vorm past daarbij?
Niet:
Hoe kom ik aan klanten?
Maar:
Ik weet voor wie ik er wil zijn en waarmee ik ze wil helpen. Hoe zorg ik dat die mensen mij kunnen vinden?
Nog steeds hoe-vragen. Maar wel vanuit een totaal andere plek.
Misschien stel je de hoe-vraag gewoon te vroeg
Dus wanneer je merkt dat je hoofd weer overuren draait op hoe dan?, zou ik die vraag niet verbieden.
Ik zou hem alleen even niet beantwoorden.
Misschien is er eerst iets anders te onderzoeken.
- Wat wil ik nou eigenlijk?
- Waarom wil ik dit?
- Waar komt deze beweging vandaan?
- Is dit werkelijk van mij?
- Waar word ik blij van?
- Wat zou ik kiezen als ik even niet hoefde te weten of het haalbaar is?
- Wat weet ik eigenlijk allang, maar durf ik nog niet helemaal serieus te nemen?
En misschien komt daarna de hoe-vraag vanzelf weer terug. Prima. Want uiteindelijk moet iets wat van binnen leeft ook gewoon handen en voeten krijgen. Alleen hoeft het denken niet te bepalen wat er geleefd wil worden. Het mag helpen om er vorm aan te geven.