Wie voelt, moet er iets mee. Toch?

Wie voelt, moet ernaar handelen. Ik denk dat ik die conclusie in mijn leven vaak heb getrokken. Je merkt iets op, voelt waar iets schuurt, ziet waar het waarschijnlijk naartoe gaat en dan kun je daar toch moeilijk niets mee doen? Zeker als je ook mogelijkheden ziet om te voorkomen dat het vastloopt. Dus je spreekt je uit, denkt mee, legt uit. En voor je het weet ben je ook degene die ermee aan de slag mag.

Al jaren onderzoek ik hoe dat bij mij werkt. De gevoeligheid in mezelf en de mechanismes die ik heb ontwikkeld om daarmee om te gaan. Pleasen en redden herken ik daarin allebei. Alleen, wanneer ik de gebruikelijke theorieën lees, denk ik vaak: ja, deels. Maar wat hier wordt beschreven is meestal niet helemaal wat er in mij speelt. Angst om afgewezen te worden, er graag bij willen horen, geen nee kunnen zeggen, je eigen grenzen niet kennen. Ik begrijp die bewegingen, alleen werkt het bij mij op bepaalde vlakken toch anders.

Afwijzing heb ik vroeger vaak genoeg meegemaakt. Een pestverleden, me nergens echt bij voelen horen. Die pijn ken ik. En tegelijkertijd ken ik ook heel goed de ervaring dat mensen me graag om zich heen hebben. Ik heb een goede band met mijn gezin, familie, vrienden, collega’s en klanten. In mijn carrière bij de Rabobank en later als ondernemer heb ik veel meegemaakt dat mensen terugkwamen en mij er graag bij hadden zodra ze me eenmaal kenden. Ik vind dat bijzonder en kan dat enorm waarderen. Maar ik ben niet voortdurend op zoek naar erkenning.

Ik ken en voel mijn grenzen ook goed. Ja, soms ga ik er een beetje overheen. Maar ik heb het meestal wel in de gaten en heb er ook regie op. Ik kies veel voor tijd alleen, voor opladen, voor mijn lichaam. En ik zeg regelmatig nee. Dus als ik mezelf alleen langs de standaard lat leg, mis ik iets wezenlijks van wat er in mij gebeurt.

Ik merk iets op. En dan?

Heel mijn leven merk ik dat ik vaak degene ben die als eerste iets opmerkt en uitspreekt. Of in elk geval degene die er gehoor aan geeft en het innerlijk erkent. Ik kan natuurlijk niet beoordelen of anderen hetzelfde voelen en het onderdrukken, ontkennen of gewoon minder belangrijk vinden. Misschien zien zij weer dingen die ik niet zie. Maar wat ik opmerk, blijft meestal wel ergens aanwezig. Vooral als het gaat over iets waarvan ik voel dat het gevolgen gaat hebben voor mensen, een samenwerking of een proces.

Wat ik dan prettig vind, is wanneer ik niet de enige ben die het benoemt. Wanneer iemand anders zegt: ja, dat merk ik ook. Dan gebeurt er iets. Dan staan we samen naar iets te kijken en hoef ik niet eerst uit te leggen waarom we er überhaupt aandacht aan zouden moeten geven.

Een hooggevoelig persoon wordt vaak de kanarie in de kolenmijn genoemd. Ik begrijp dat beeld. Je neemt iets waar wat voor anderen nog niet zo duidelijk is. Je stelt andere vragen, ziet andere dingen, voelt andere dingen. Dat maakt je niet beter dan anderen. Het maakt wel dat jouw moment van signaleren soms ver voor het moment ligt waarop de omgeving er iets mee wil.

Want er is nog niets aan de hand. Er zit geen urgentie op. Het loopt toch?

Ja, het loopt. Alleen zie ik iets in de keuzes die we nu maken waarvan ik denk: dit gaat ons straks bijten. Als we hier nu even naar kijken, kunnen we misschien een hoop gedoe voorkomen. Dus ik breng het in, word vriendelijk bedankt voor mijn bijdrage en vervolgens gaat iedereen weer verder. Tot het later toch vastloopt en ik denk: ja, maar dit is precies waar ik toen aandacht voor vroeg. Waarom hebben we daar toen niets mee gedaan?

Dat kan me frustreren. Vooral omdat het op dat eerdere moment vaak nog relatief eenvoudig was geweest om iets aan te passen. Nu zijn we verder, zijn er meer mensen bij betrokken en heeft iets zich al vastgezet.

Wat ik intuïtief waarneem, blijkt in mijn ervaring meestal ook te kloppen. Ik heb weinig meegemaakt dat het uiteindelijk heel anders liep dan ik vooraf inschatte. Daardoor heb ik voor mezelf minder bevestiging en minder bewijs nodig dan veel mensen om me heen. Ik neem die waarneming serieus. En tegelijkertijd weet ik dat een ander mijn gevoel niet van binnenuit kan ervaren. Dus heb ik geleerd om uit te leggen wat ik zie, verbanden zichtbaar te maken en de omgeving te voorzien van de informatie die zij nodig heeft.

Daar ben ik goed in geworden. Misschien ook wel analytischer door geworden dan ik van mezelf zou zijn geweest.

Waar beleid gaat bijten

Bij de Rabobank heb ik me op dat vlak vaak gezien gevoeld. Wanneer nieuwe visies en beleid werden uitgerold, werd ik regelmatig ingeschakeld en zat ik in werkgroepen die verantwoordelijk waren voor de implementatie en integratie. Ik vond verandering leuk. Het gaf me een gezonde uitdaging om mee te denken en iets praktisch te maken wat in eerste instantie vooral in een torenkamertje was bedacht.

Want op papier kun je van alles bedenken, maar hoe gaat dat straks werken? Wat betekent het voor de collega die ermee aan de slag moet? Wat gebeurt er in het contact met een klant? Waar gaat het wringen met de huidige praktijk en wat hebben mensen nodig om daarin mee te groeien?

Ik kon dat toekomstige praktische beeld vaak al voor me zien. Daardoor zag ik waar de praktijk moest veranderen, maar ook waar het beleid niet klopte met de praktijk die men zelf voor ogen had. Dan moest dus ook het beleid op bepaalde punten worden aangepast.

Dat werkt twee kanten op. En juist daar zie ik veranderprocessen vaak vastlopen. Beleidsmakers blijven stug vasthouden aan hun beleid en uitvoerders bijten zich vast in hun huidige manier van werken. Vervolgens kan iedereen uitstekend uitleggen waarom de ander moet veranderen. Maar wat vraagt het van jezelf? Waar klopt jouw eigen beeld nog niet? Waar heb jij iets te herzien?

Daar wordt naar mijn gevoel soms veel te weinig naar gekeken. En dan duren veranderingen langer dan nodig, omdat we vooral naar elkaar blijven wijzen.

Ik vond het mooi om daar tussenin te bewegen. Ik kon kritisch zijn en had tegelijkertijd zin om iets werkend te krijgen. Mijn waarneming werd gebruikt, er werd naar geluisterd en we gingen er samen mee aan de slag. Dat gaf plezier. Dan draagt wat je ziet daadwerkelijk bij aan iets wat je samen wilt realiseren.

Dan krijg je het op je bordje

Maar ik ken ook de andere ervaring. Je brengt iets in en krijgt het ongeveer zo terug: als jij dat vindt, als jij dat belangrijk vindt of als jij dat zo voelt, moet jij het zelf maar uitvoeren.

En daar raakt het iets. Want iets wat de samenwerking aangaat, wordt ineens jouw persoonlijke opdracht. Jij bent degene die het heeft opgemerkt, dus jij mag het oplossen. Soms ga je daarin mee omdat je het belangrijk vindt. Soms omdat je ziet dat het anders blijft liggen. En soms wordt het gewoon bij je neergelegd, terwijl je alleen maar ergens aandacht voor vroeg.

Dan leer je op een gegeven moment ook: als ik mijn mond houd, komt het in ieder geval niet op mijn bordje. Alleen gaat dat weer knagen. Want ik heb het wel gezien. Ik voel dat het aandacht vraagt en ik zie wat er kan gebeuren als we ermee doorgaan. Dus ja, dan spreek ik me toch maar weer uit.

Daar zit voor mij iets van het redden. De gedachte dat ik, omdat ik iets waarneem, ook verantwoordelijk ben voor wat ermee gebeurt. Dat ik moeilijk kan toekijken wanneer ik mogelijkheden zie om iets te voorkomen of te veranderen.

En het pleasen zit misschien wel in alles wat ik vervolgens doe om de omgeving mee te krijgen. De juiste woorden zoeken, rekening houden met hoe iets ontvangen wordt, voorzichtig aftasten hoeveel ruimte er is. Nog een voorbeeld erbij, nog wat meer onderbouwing, nog beter uitleggen waarom ik voel dat iets aandacht nodig heeft.

Maar hoeveel moet ik eigenlijk aanleveren voordat we bereid zijn om hier samen naar te kijken? En waarom komt het vervolgens weer bij mij terecht? Omdat ik degene ben die zijn mond opendoet?

Want ja, ik kan denken: zoek het maar uit, jullie merken het vanzelf. Alleen, zo zit ik niet in elkaar. Het gaat me aan het hart. Ik voel wat iets met mensen doet en zie mogelijkheden om het anders te doen. Dus voor ik het weet ben ik alweer aan het uitleggen, onderbouwen en dragen. Terwijl ik eigenlijk hoopte dat iemand zou zeggen: ja Sander, ik zie het ook. Laten we hier samen iets mee doen.

Hoeveel zekerheid moet ik geven?

Hetzelfde kan gebeuren wanneer ik voel wat iemand mogelijk nodig heeft, soms voordat die persoon het zelf zo ervaart. Dan komt de vraag: spreek ik het uit? Is er ruimte voor? Wil iemand hiernaar kijken? Of ben ik alweer bezig met iets waar de ander helemaal niet om heeft gevraagd?

Ik heb geleerd om daarin te wachten, toestemming te vragen en mijn woorden zorgvuldig te kiezen. Dat vind ik belangrijk. Alleen merk ik ook dat ik soms voorzichtiger word dan ik eigenlijk wil zijn. Omdat ik al rekening houd met de mogelijke ontkenning of afwijzing van wat ik inbreng. En dan ga ik weer zoeken naar een onderbouwing waarmee het misschien wel ontvangen kan worden.

Daar kan ook pleasen en redden in zitten. Hoeveel zekerheid probeer ik iemand te geven voordat die bereid is om iets te onderzoeken? Hoeveel van diens twijfel ga ik zelf oplossen?

Ik denk dat onze geconditioneerde zelf vaak veiligheid zoekt, zekerheid wil en eerst wil weten wat iets gaat opleveren. En dat geldt ook voor mensen die al veel aan bewustzijnsontwikkeling hebben gedaan. De ‘onbewuste mens’ in de ‘bewuste mens’ is vaak degene die achter het stuur zit. Je kunt heel veel begrijpen en ondertussen nog steeds keuzes maken vanuit angst, controle of de behoefte om jezelf te beschermen.

Daar wil ik ook bij mezelf naar blijven kijken. Want als ik blijf uitleggen omdat ik wil dat de ander eindelijk gaat bewegen, wat probeer ik dan zelf eigenlijk te voorkomen? Kan ik verdragen dat iemand een keuze maakt waarvan ik denk dat die later gaat schuren? Kan ik mijn waarneming serieus nemen en toch de verantwoordelijkheid bij de ander laten?

Integriteit en moraliteit

Misschien zit daar voor mij ook het verschil tussen integriteit en moraliteit. Integriteit gaat in mijn beleving over trouw blijven aan waarheid, aan wat ik diep vanbinnen als kloppend ervaar. Moraliteit gaat meer over de afspraken die we als mensen met elkaar maken. Hoe we vinden dat het hoort, wat geaccepteerd wordt en hoe we met elkaar omgaan.

Die afspraken kunnen heel waardevol zijn. Maar ik zie ook dat ze gebruikt worden om patronen te ontkennen, te gedogen en in stand te houden. We respecteren ieders keuze, dus kijken we maar niet te veel naar wat die keuze veroorzaakt. We willen zorgvuldig zijn, dus lopen we om het ongemakkelijke gesprek heen. Iedereen blijft vriendelijk en ondertussen gebeurt er weinig.

Daar komt ook mijn jeuk rond het woord consent vandaan. Het beschermen van mensen, grenzen aangeven en misbruik voorkomen vind ik enorm belangrijk. Mijn allergie zit vooral op het moment waarop consent een excuus wordt om weg te kijken, ergens omheen te bewegen of iets in eigen voordeel te laten voortbestaan. Wanneer een beroep op vrije wil eigenlijk moet betekenen dat niemand meer mag benoemen wat er gebeurt.

En ja, dan raakt het me. Want volgens mij kun je iemand ruimte geven voor een eigen keuze en tegelijkertijd eerlijk blijven over wat je ziet. Je kunt een grens respecteren en ook zelf een grens hebben aan wat je wilt ondersteunen of dragen.

Daarmee is mijn gevoel natuurlijk ook geen vrijbrief om zomaar bij iemand in te grijpen. Iemand mag mijn beeld afwijzen. Iemand mag zeggen: hier wil ik niet met jou naar kijken. Dat vraagt van mij dat ik mijn betrokkenheid niet automatisch omzet in handelen.

Maar waar ligt die grens precies? Wanneer ben ik trouw aan mezelf door te spreken en wanneer ga ik alweer iets naar me toe trekken? Wanneer ben ik zorgvuldig en wanneer ben ik vooral bezig om het voor iedereen comfortabel te houden? Dat onderzoek is voor mij nog volop gaande.

En dan bouwen we zelf een School

Al die dingen kom ik vervolgens ook weer tegen in ons eigen ondernemerschap. We bouwen aan de School voor Eigen Wijsheid en ik voel wat we daarmee willen bijdragen. De visie, de missie, het grote hart, de liefde, de mensen die gebaat zijn bij ons werk. Ik zie wat er gebeurt in ontmoetingen, in begeleiding, in de keuzes die mensen daarna maken. Daarin heb ik veel vertrouwen. En tegelijkertijd zoeken we ook gewoon onze weg in hoe de School ontvangen wordt. Hoe dat wat wij van binnenuit voelen, herkenbaar wordt voor mensen die ons nog niet kennen.

Want ik voel ook het wantrouwen in de markt. Zeker in ons vakgebied. En daar kan ik me heel goed in verplaatsen. Ik zie zelf ook dingen waarvan ik denk: ja, hier word ik dus ook argwanend van. De claims, de beloftes, de manier waarop mensen worden aangesproken of overgehaald. Dus ik begrijp dat iemand eerst wil kijken wie wij zijn en wat we eigenlijk doen. Dat vertrouwen groeit door ervaring. Alleen, om die ervaring op te doen moet iemand wel eerst bereid zijn om een stap te zetten. En daar zitten we dan.

Hoeveel vertel je? Hoeveel laat je zien? Hoe vaak leg je uit wat je doet en waarom dat van betekenis kan zijn? Wanneer geef je iemand de informatie die hij nodig heeft en wanneer ben je alweer bezig om alle mogelijke twijfel voor hem weg te nemen?

Nog een tekst, nog een voorbeeld, nog een ervaring van een deelnemer. En ondertussen voel je ergens: ik wil mezelf ook niet overschreeuwen om ontvangen te worden.

Ik vermoed dat veel ondernemers dit herkennen. Je hebt iets opgebouwd waar je in gelooft. Je weet hoeveel aandacht, ervaring en liefde erin zit. Je ziet wat het voor mensen kan betekenen en wilt daar ook gewoon een gezond bedrijf mee bouwen. Maar vervolgens kom je in een markt terecht waarin mensen al zoveel hebben gehoord en gezien dat jouw verhaal ook eerst langs die argwaan moet. Misschien beloofde een ander eerder iets wat niet werd waargemaakt. Misschien zijn mensen moe van alle aanbiedingen. En daar sta jij dan met iets waar je oprecht achter staat.

Dan kun je steeds meer gaan doen om vertrouwen te verdienen. Nog beter uitleggen, nog meer geven, nog zorgvuldiger formuleren. Voor je het weet ben je je hele bedrijf aan het inrichten rondom bezwaren die mensen misschien zouden kunnen hebben. En dan komen we uit bij wat ik eerder beschreef. Je voelt de terughoudendheid en gaat er vervolgens zelf voor werken. Alsof jij ervoor moet zorgen dat de ander geen onzekerheid meer ervaart.

Binnen een organisatie gebeurt dat net zo goed. Je hebt een beeld van wat er mogelijk is, voelt waar iets schuurt en wilt mensen meenemen. Je blijft uitleggen waarom een verandering nodig is, probeert iedereen recht te doen en gaat ondertussen steeds meer zelf dragen. Tot je je afvraagt: bouwen we dit eigenlijk nog samen? Of ben ik vooral bezig om iedereen voldoende zekerheid te geven om mee te willen doen?

Daar worstelen wij ook mee. Hoe geven we de School bestaansrecht, hoe worden we ontvangen en hoe blijven we ondertussen trouw aan wat we werkelijk willen brengen? Want ik wil kunnen vertellen waar ik vol van ben. Ik wil zichtbaar maken wat we doen en mensen uitnodigen om het te ervaren. En ik wil ook voelen wanneer ik weer aan het trekken ben, wanneer ik het wantrouwen van de ander als mijn opdracht ben gaan beschouwen.

Misschien mogen we daar als ondernemers vaker gewoon eerlijk over zijn. Over hoeveel we geloven in wat we bouwen én hoe het ons raakt wanneer het nog onvoldoende ontvangen wordt. Over het zoeken naar woorden, het twijfelen aan je communicatie en de momenten waarop je denkt: moet ik nou nog harder werken om duidelijk te maken wat hier eigenlijk staat?

Dat gesprek zou ik graag meer voeren. Met ondernemers die zelf ook iets bouwen waar hun hart in zit, die betekenis willen hebben en zich verantwoordelijk voelen voor de mensen met wie ze werken. Die authentiek en integer willen blijven en ondertussen ook klanten, omzet en een gezonde organisatie nodig hebben. Want ja, het moet wel kunnen bestaan.

Ik heb daar geen sluitend antwoord op. Wij staan er zelf ook middenin. Maar ik vind het wel prettig als we dat bij elkaar herkennen en ook uitspreken. Als we samen kunnen kijken waar we helder mogen zijn, waar we iets te doen hebben en waar we weer de hele boel naar ons toe trekken omdat we zo graag willen dat het lukt.

En misschien is dat ook precies waar ik naar verlang. Mensen naast ons die zeggen: ja, dit herken ik. Dit speelt bij ons ook. Laten we daar eens eerlijk naar kijken. Want ik wil voluit bouwen aan wat ik voel dat mogelijk is. En ik wil dat graag samen doen.

Belangstelling voor de School? Welke ingang roept jou?

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

School voor Eigen Wijsheid draait op SYS Platform SYS Platform - Website platform voor ambitieuze ondernemers