Er is een hardnekkig idee dat groei pijn vereist. Dat je eerst moet breken om bewuster te worden. Dat lijden een noodzakelijke doorgang is naar wijsheid.
Maar wat als dat niet klopt? Wat als groei geen lijden vraagt, maar contrast?
De functie van contrast
Contrast is een nieuw referentiekader. Het is het moment waarop je iets ziet dat buiten je huidige werkelijkheid valt. En juist dát opent beweging.
Zonder contrast blijft alles logisch. Blijft alles verklaarbaar. Blijft alles “zoals het nu eenmaal is”.
Ons systeem is gericht op veiligheid. Op overleven. Op aanpassen aan wat er is.
En als je lange tijd binnen één vast referentiekader leeft, zie je niet meer wat er niet klopt. Er is geen noodzaak om te veranderen. Want binnen dat kader is alles coherent.
Totdat er iets verschijnt dat niet past. En dát is contrast.
De kikker in de pan
Gooi je een kikker in kokend water, dan springt hij eruit. Het contrast is direct. Het ‘gevaar’ is zichtbaar.
Maar zet je hem in koud water en verwarm je het langzaam, dan past hij zich aan. Beetje bij beetje. Tot het te laat is.
Niet omdat hij dom is. Maar omdat het verschil nooit groot genoeg was om alarm te slaan.
Zo werkt het ook met overtuigingen. Met groepsdynamiek. Met zelfverloochening.
Langzaam aanpassen voelt veilig. Tot je niet meer merkt dat je jezelf bent kwijtgeraakt.
Het gaat niet om wat je meemaakt
De vraag is niet: “Moest dit gebeuren zodat ik kon groeien?”
Maar: “Wie was ik terwijl dit gebeurde?”
Bleef ik bij mezelf? Of schoof ik op om erbij te horen? Gaf ik macht weg? Of bleef ik op mijn plek?
Geen schuldvraag, maar bewustwording.
Je hoeft jezelf niet te verliezen om jezelf te vinden
Groei vraagt geen drama of lijden als voorwaarde. Wat groei vraagt is helderheid. En helderheid ontstaat wanneer je jezelf toestaat nieuwe referentiekaders binnen te laten.
Wanneer je bereid bent te zien: dit past niet bij wie ik ben.
Je hoeft niet eerst diep te vallen om echt te staan. Je hoeft jezelf niet te verlaten om sterker terug te keren.
Aanwezig blijven is genoeg.